Welkom op mijn weblog

Wie zich op de hoogte wilde stellen van mijn filosofische activiteiten was tot voor kort geheel aangewezen op mijn website: www.demul.nl. Vanzelfsprekend kun je daar nog steeds terecht wanneer je op zoek bent naar een overzicht van mijn publicaties en komende lezingen, mijn artikelen wilt downloaden of oude radio-interviews wilt beluisteren, of op zoek bent naar een uitvoerig cv. Op deze weblog kun je terecht voor de laatste nieuwtjes, je abonneren op de nieuwsbrief of eindelijk eens je hart luchten over bovengenoemde zaken.

Nieuwe Chinese publicatie

  What's new?


Jos de Mul, Èü ²© ¿Õ ¼ä µÄ °Â µÂ Èü [Saibo Konjian De Aodesai], Guangxi Normal University Press, 2007.

Ontzaglijk bestuur

Eerder gepubliceerd als: Ontzaglijk bestuur. Epiloog. In Ontzaglijk bestuur. Over de twee gezichten van ICT-innovatie en bestuurlijke vernieuwing,  V. Bekkers. e.a. Nijmegen: Center for Public Innovation, blz. 23-28.


 

 

ONTZAGLIJK BESTUUR - EPILOOG

 

Jos de Mul

 

In november 2005 ging onder regie van Jos Thie de uitvoering van het Noord Nederlands Toneel van Sophocles' Ajax in première. Deze vijfentwintig eeuwen oude tragedie handelt over de lotgevallen van de Griekse held Ajax na de val van Troje. Wanneer Ajax na de overwinning niet de eer en de beloning krijgt waar hij op grond van zijn heldendaden had gerekend, slaan alle stoppen bij hem door en keelt hij in een vlaag van waanzin een kudde schapen.

Opvallend bij de uitvoering was dat de rol van het becommentariërende koor werd gespeeld door vijf originele veteranen, voormalige soldaten die onder meer in Srebrenica hebben gediend. In zijn recensie in de NRC wees Kester Freriks op de wrange actualiteit die de tragedie door deze ingreep krijgt. Ook de soldaten die onder onmogelijke omstandigheden hun taak moesten uitvoeren, stuitten bij thuiskeer slechts op onbegrip en afkeer. De genante archiefbeelden van de feestvierende soldaten kort na de massamoord in Srebrenica die tijdens de voorstelling op de achterwand getoond worden, leken de tijdsafstand tussen Troje en Srebenica weg te vagen.

            Zoals Freriks in zijn recensie opmerkt, is het actualiseren van klassieke tragedies een verlangen van veel regisseurs. Dat we tragedies als Ajax ‘tijdloos’ noemen, is zozeer omdat ze een onveranderlijke betekenis bezitten, maar juist omdat ze in iedere nieuwe historische context een nieuwe betekenis - of misschien beter: een nieuwe betekenislaag erbij - krijgen. Na de uitvoering van het Noord Nederlands Toneel is Sophocles’ Ajax niet meer dezelfde als voor deze uitvoering, net zo min als Koning Oedipus hetzelfde bleef na Freuds psychoanalytische interpretatie van dit familiedrama. Een dergelijke werkingsgeschiedenis impliceert echter wel dat we in de loop van de tijd steeds verder af komen te staan van de betekenis die een dergelijke tragedie heeft gehad voor de auteur en het oorspronkelijke publiek.

Het kan daarom worden betwijfeld of de klassieke, Griekse cultuur nog werkelijk tot ons kan spreken, als wij haar aangrijpen om onze (post)moderne, technologische samenleving te begrijpen. Zo merken Oudemans en Lardinois op dat de Griekse tragedies uiteindelijke gedoemd zijn voor ons een echo te blijven van een wereld die volslagen vreemd is geworden, ‘een leemte in onze kosmologie, die zowel de kracht ontbeert om haar door te geven als om haar te elimineren’? Volgens andere critici is ook het vaak bejubelde ideaalbeeld dat we ons van de Atheense democratie hebben gevormd een schijngestalte, die voorbijgaat aan de gewelddadige slavernij, vrouwvijandigheid en xenofobie waarop de vrijheid van de mannelijke burgers berustte. Bovendien zou deze geïdealiseerde directe democratie onverenigbaar zijn met de realiteit van de moderne natiestaat, laat staan met die van de snel globaliserende informatiesamenleving.

   Als de Griekse cultuur ons op dit moment nog iets te zeggen heeft, dan is dat misschien minder vanwege haar democratische ideaal als wel om het wereldbeeld dat uit de tragedies spreekt en dat beschouwd kan worden als een kritische reflectie op dit democratische ideaal. Democratie en tragedie zijn nauw met elkaar verbonden. Het is dan ook niet toevallig dat zij in Athene in het midden van de vijfde eeuw v.C. gelijktijdig tot ontwikkeling kwamen. De tragedie reflecteert de overgang van de oude tirannieke orde naar de Atheense democratie. De tragedie wijst die democratie, en de daarmee verbonden vooronderstelling van een autonoom oordelende burger, niet af. We zouden zelfs kunnen  zeggen dat de tragedie de menselijke rationaliteit en vrijheid op de spitst drijft. Steeds worden we in de Griekse tragedies geconfronteerd met personages die hun lot op radicale wijze in eigen hand willen nemen. In die zin is de tragedie allerminst het conservatieve genre waarvoor het ten onrechte door auteurs als Bertold Brecht wordt gehouden. Zeker, de tragedie richt de aandacht ook steeds, en op indringende wijze, op de grenzen die aan die de menselijke rationaliteit en vrijheid zijn gesteld. De tragedie toont ons waartoe misrekening, overmoed en verblinding kunnen leiden. Zij toont ons personages die in volle vrijheid verstrengeld raken in een noodlottige keten van gebeurtenissen. Ze baseren zich op partiële, niet zelden twijfelachtige informatie, vertonen misplaatst vertrouwen, verliezen de controle over de situatie en roepen daarmee het ongeluk over zichzelf en hun omgeving af. De tragedie laat met andere woorden zien dat juist daar waar de vrijheid maximaal is, de rampspoed de meeste kans krijgt. De Griekse tragedie hield de prille democratie een kritische spiegel voor. Het was een represen-tatie van ‘de nieuwe politiek’ van dat moment en een kritische analyse van de politieke representatie in één. En de betekenis van de tragedie is voor ons in gelegen dat zij ook de huidige – inmiddels oude en volgens sommigen zelfs levensmoede – democratie een spiegel voorhoudt.

Nu zou men kunnen volhouden dat onze huidige wereld toch wel erg ver af staat van de Griekse. Niet alleen de al genoemde slavernij, vrouwvijandigheid en xenofobie lijkt deze wereld onvergelijkbaar te maken met de onze, maar vooral ook de alomtegenwoordigheid van de goden. Hoewel het verstandig is de verschillen tussen de klassieke en de moderne democratie in het oog te houden, moeten we er echter voor waken die verschillen te overdrijven. Zeker, in de westerse wereld is het houden van slaven geen alledaagse praktijk meer.  Tenzij je belandt in de meest onterende delen van de prostitutie en porno-industrie. En is de Westerse welvaart niet voor een belangrijk deel gebaseerd op hedendaagse vormen van slavernij in de  verpauperde delen van de wereld? De PC waarop ik deze tekst typ, bestaat uit componenten die met grote waarschijnlijkheid voor een hongerloon  geassembleerd worden door vrouwen en kinderen in de derde wereld. En zeker, in onze democratie zijn vrouwen en mannen gelijk voor de wet, maar dat neemt niet weg dat vrouwen voor gelijkwaardige functies nog vaak minder betaald krijgen dan mannen en dat zij onverminderd een grote kans lopen het slachtoffer te worden van al of niet seksueel gekleurd geweld en misbruik. En hebben we in de afgelopen jaren niet ervaren hoezeer xenofobie ook in ons land steeds onder de oppervlakte van het politiek correcte multiculturalisme broeide? Een xenofobie die zowel van de oude Nederlanders naar de ‘vreemdelingen’ uitgaat, als van de nieuwe Nederlanders naar de ‘ kaaskoppen’. En natuurlijk geloven we niet meer in goddelijke vloeken die vele generaties van een geslacht in het verderf storten, maar daar staan nu talloze menswetenschappers en hulpverleners tegenover die ‘transgenerationele problemen’ signaleren, die maken dat jeugdig slachtoffers van incest of andersoortig geweld zich in opmerkelijk veel gevallen tijdens hun volwassenheid zelf als dader ontpoppen. Neen, onze democratie lijkt niet op het  geïdealiseerde beeld dat over het Griekse wonder bestaat, maar zij vertoont wel opvallende overeenkomsten met de soms gruwelijke realiteit van de Griekse democratie. Slecht voorbeeld doet slecht volgen.

 Neem nu Medea, zoals zij door Euripides ten tonele wordt gevoerd in zijn gelijknamige tragedie. Een klassiek voorbeeld van tragisch ouderschap. Medea, dochter van de koning van Kolchis, wordt hopeloos verliefd op een vreemdeling, de Griek Iason, die uit is op het Gulden Vlies dat zich in het koninkrijk bevindt. Medea helpt Iason het gulden vlies te bemachtigen en ontvlucht met hem en zijn vrienden het land, achtervolgd door haar familie. Wanneer ze worden ingehaald, dreigen de Grieken Medea achter te laten. Om dat te voorkomen lokt zij haar broer in de val zodat Iason hem kan doden. Na op de vlucht te zijn gehuwd vestigen Medea en Iason zich aan het hof van Korinthe. Wanneer koning Kreon zijn dochter aan Iason ten huwelijk aanbiedt, verstoot hij Medea. Razend van wraakzucht doodt Medea niet alleen haar rivale, maar ook haar twee kinderen uit haar huwelijk met Iason.

Wat Medea zo tragisch maakt is dat zij zich niet schikt in haar lot, maar het krachtig in eigen hand neemt en tegelijkertijd, door een gebeuren dat groter is dan zijzelf, haar leven en dat van haar kinderen verwoest. Of het nu primair de wraakzucht jegens Iason is die haar ingeeft hun kinderen te doden, of haar angst dat men haar gruwelijke daad op haar kinderen zal wreken, zij gedraagt zich liefdeloos jegens haar kinderen. Zij zijn het kind van de rekening. Medea is schuldig, juist omdat ze zich zo nadrukkelijk de regie over haar leven toeeigent. Maar hoewel ze verantwoordelijk is voor haar daden, zijn we toch geneigd haar óók als een slachtoffer te zien van een noodlottige reeks in elkaar grijpende gebeurtenissen.

Is Sonja de J., die vorig jaar haar driejarige dochterje Savannah om het leven bracht, niet op een vergelijkbare wijze tragisch te noemen? Vanzelfsprekend is ook deze moeder verantwoordelijk voor haar gruwelijke daden. Maar ook zij werd meegesleurd door krachten die zij niet kon beheersen. Uit de mond van haar zus Julia tekenenden de kranten op dat mishandelingen al generaties lang door de familie lopen. Sonja de J. lijkt niet minder dan Medea door wat haar is aangedaan, verblind. Dat is niet alleen tragisch voor moeder en kind, maar ook voor de omgeving, die machteloos toeziet hoe de tragedie zich voltrekt. Dat zulke dingen gebeuren is moeilijk te aanvaarden. Al snel wordt dan de moderne mantra herhaald dat een dergelijke tragedie door beter toezicht voorkomen had kunnen worden. En nadat er een ‘verantwoordelijke’  als zondebok is geslachtofferd (dat betekent dan meestal overplaatsing of in het ergste geval ontslag), wordt er om het hardst beweerd dat dit nooit meer zal gebeuren. Er worden natuurlijk, zoals door iedere beroepsgroep, door hulpverleners fouten gemaakt en de pogingen dat zoveel als mogelijk te vermijden zijn vanzelfsprekend te prijzen, maar het een gevaarlijke illusie zijn te geloven het in ons vermogen zou liggen dergelijke tragedies te voorkomen.

   Hier lijkt het tragische wereldbeeld van de Grieken werkelijk te verschillen van het moderne. Iedere cultuur is gebaseerd op een reeks fundamentele onderscheidingen, bijvoorbeeld tussen natuur en cultuur, tussen mannelijk en vrouwelijk, menselijk en goddelijk, leven en dood, waarheid en leugen, het goede en het kwade. Vaak zijn dergelijke opposities hiërarchisch gescheiden. Het ene wordt nagestreefd, het andere verworpen. Wat niet gescheiden kan worden verontrust. Het is, zoals het Duits dat pregnant uitdrukt, ‘unheimlich. Waar genoemde onderscheidingen in de moderne cultuur – die hier Plato’s strijd tegen de tragedie voortzet - een absoluut karakter bezitten, daar zijn zij in de tragische wereldbeeld ten diepste ambigu. Binnen het moderne wereldbeeld heeft de natuur geen morele betekenis en de moraliteit geen natuurlijke basis. Binnen het tragische wereldbeeld doordringen de onderscheiden sferen elkaar voortdurend. Een bliksem is niet alleen een natuurverschijnsel, maar ook een handeling van een godheid. Wanneer Oedipus de ethische wet overtreedt door zijn vader te doden en zijn moeder te huwen, wordt Thebe getroffen door de pest en misgewas. Ook het goede en het kwade kunnen in laatste instantie niet worden onderscheiden. Zo is de vorst Kreon in Antigone een schoolvoorbeeld van een rechtschapen bestuurder, maar volgt hij zijn voortreffelijke beginselen zo resoluut, dat hij de wetovertredende Antigone doodt en zijn vrouw en zoon – die met Antigone verlooft is - daarmee tot zelfmoord drijft.

Een dergelijke tragische logica lijkt ook de wereldwijde strijd tegen het terrorisme aan te kleven. Uit naam van de vrije wereld en de veiligheid van de burgers worden de burgerlijke vrijheden steeds verder ingeperkt en het gevoel van onveiligheid versterkt. Daarmee worden de krachten die zich tegen deze ‘vrije wereld’ verzetten opvallend in de kaart gespeeld. Tegenkrachten, die bovendien in weerwil van – of vaker nog juist dóór - de goede intenties op oncontroleerbare wijze worden vermenigvuldigt. Het beleid dat de radicalisering in  de moslimgemeenschap in ons land wil tegengaan, wordt onderdeel van een terroristen producerende machinerie. Zoals ook de ‘terroriste’  Antigone mede het product is van Kreons halsstarrigheid. Ook het beleid van een minister als Verdonk heeft onmiskenbaar tragisch potentieel. En ook in haar geval is het misschien wel verleidelijk, maar niet verstandig haar daarmee eenvoudigweg in ‘ het foute kamp’  te plaatsen. Tragedies verbrijzelen het onderscheid tussen goed en kwaad. Dat is de tragedie!

Als de klassieke tragedies ons vandaag nog schrik kunnen aanjagen, dan is dat omdat ze de ontzaglijkheid tonen van de politiek en het openbaar bestuur. Het woord ‘ontzaglijk’ is de vertaling van het Griekse woord deinon dat Sophocles in de Antigone gebruikt om de fundamentele ambiguïteit van het menselijke handelen en in het bijzonder van de menselijke techniek aan te duiden. ‘Vele dingen zijn ontzaglijk’, zegt het koor in de eerste koorzang, nadat de onvermijdelijkheid van de clash tussen Antigone en Kreon is aangekondigd, ‘maar niets is zo ontzaglijk als de mens’. Die ontzaglijkheid blijkt om te beginnen uit de opsomming die het koor geeft van de verworvenheid van de mens, die niet alleen de levenloze natuur bedwingt en de dieren domesticeert, maar zich ook een taal heeft geschapen en een samenleving heeft gesticht. Maar de koorzang toont ook de schaduwzijde van deze ontzaglijkheid.  Ondanks, nee juist dóór zijn machtige technische kunnen en bestuurlijke vaardigheden stort de mens zich keer op keer in de afgrond. Men hoeft geen cynicus te zijn om in de wereldgeschiedenis vele bevestigingen van deze tragische wijsheid te zien.

   Nu blijft de tragedie niet staan bij de vaststelling van deze afgrondelijke ambiguïteit van het menselijk handelen. De tragedie is ook een pedagogisch leerstuk. Zij doet ons inzien dat het verlangen alles onder controle te houden niet alleen tot mislukken gedoemd is, omdat dit verlangen zijn tegendeel actief bewerkstelligd. Kenmerkend voor de tragedie – de Amerikaanse inval in Irak kan als voorbeeld dienden - is de peripetie, de plotselinge omslag van hoopvolle verwachting naar volslagen ineenstorting. Maar hoewel de tragedie de hachelijkheid van het menselijk geluk tot uitdrukking brengt, tamboereert zij niet op pessimistische wijze op het menselijk falen. Zij brengt ook een catharsis, een loutering teweeg. Weliswaar brengt de tragedie ons tot inzicht in de ontzaglijkheid van het bestuur, in zijn de onbeheersbare ambiguïteit van het politieke handelen. Het inzicht dat een teveel van het goede steeds weer uitmondt in het kwade. Maar dit inzicht  leert ons ook dat ook op het gebied van politiek en bestuur geldt dat genoeg vaak meer is dan overvloed. Het succes van het besturen is gelegen in een juiste mate van onthouding. Onthouding biedt, of het nu gaat om macht of seks, geen garantie op geluk. Het tragische wereldbeeld is niet pessimistisch, maar evenmin optimistisch. Tragiek speelt zich voorbij deze tegenstelling af.

 Ik pleit hier niet, zoals mijn Rotterdamse collega Zijderveld dat ooit niet zonder treffende argumenten deed, voor een beleidsmoratorium. Maar met het inzicht dat een terughoudendheid op cruciale momenten een verdere toename van geweld, leed en chaos kan vermijden is al veel gewonnen. Het is een inzicht, zo realiseert Kreon zich als het met lijken bezaaide toneel verlaat, dat men koopt voor de prijs van vele bittere ervaringen:

 

Zijn grootspraak boet de trotse man

Met zware slagen,

En leert de wijsheid slechts

In late levensdagen.

 

Zo bezien mogen we ons gelukkig prijzen in het stokoude Europa te wonen.

 

 

Nu in de winkel!

Jos de Mul

DE DOMESTICATIE VAN HET NOODLOT

 
zie www.demul.nl

Het noodlot. Vroeg of laat klopt het bij ieder mens aan de deur: een ongeval, een alles verterende jaloezie, een ongeneeslijke ziekte, oorlogsgeweld, een verslaving, en uiteindelijk de dood. Hoewel het noodlot onvermijdelijk is kunnen we er niet mee leven.

In dit boek onderzoekt De Mul drie verschillende manieren waarop de Europese mens heeft getracht het noodlot te temmen en te domesticeren: de heroïsche affirmatie van het noodlot in de tragische cultuur van de Grieken, de deemoedige acceptatie van de goddelijke voorzienigheid in het christendom en de ‘afschaffing’ van het noodlot in de moderne, technische samenleving. Zowel de natuur als de cultuur worden maakbaar. Met technologieën als genetische manipulatie lijken we ons lot en onze toekomst zelfs volledig in eigen hand te nemen.

De auteur argumenteert daarentegen dat de onbeheersbaarheid van de technologie onze cultuur opnieuw een tragische dimensie verleent. Aan de hand van klassieke tragedies als
Prometheus ontketend, Antigone en Medea en de tragische romans van Hermans en Houellebecq werpt De Mul een verrassend nieuw licht op hedendaagse vormen van tragiek, zoals Hirsi Ali’s strijd tegen het moslimfundamentalisme, het gevecht rond de ‘ondode’ patiënt Terri Schiavo, de moord op de peuter Savanna en de uitbesteding van onze moraal aan kunstmatige intelligenties. Daarbij knoopt hij aan bij vijfentwintig eeuwen tragedie-interpretatie van Aristoteles via Hegel, Nietzsche, Freud en Heidegger tot aan Steiner en Eagleton, en bij recent menswetenschappelijk onderzoek van Dawkins tot Dalrymple.

Een lucide kijk op ‘de wedergeboorte van de tragedie uit de geest van de technologie’.

Jos de Mul is hoogleraar filosofie van mens en cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van zijn hand verschenen onder meer Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie (19953), De Tragedie van de eindigheid (1993) en Cyberspace Odyssee (20054). Ook publiceert hij regelmatig essays in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad. Zijn werk is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Spaans, Chinees, Koreaans en Sloveens en werd onder meer bekroond met de Praemium Erasmianum (1993) en de Socrates Prijs (2002).

Uitgeverij Klement
Kampen, Nederland
ISBN 90 77070 86 9

Uitgeverij Pelckmans
Kapellen, België
ISBN 90 289 4219 x

Website statistieken